ECLI:NL:PHR:2009:BH4064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrij personenverkeer en aftrek negatieve inkomsten uit buitenlandse eigen woning in Nederlandse belastinggrondslag
De zaak betreft R.H.H. Renneberg, een Nederlandse gemeenteambtenaar woonachtig in België, die in 1996 en 1997 zijn gehele arbeidsinkomen in Nederland verwierf en negatieve inkomsten uit zijn Belgische eigen woning wilde aftrekken in zijn Nederlandse belastingaangifte. De Nederlandse Belastingdienst weigerde dit omdat het belastingverdrag tussen Nederland en België inkomsten uit onroerend goed toewijst aan het situsland, België.
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) oordeelde dat artikel 39 EG Pro zich verzet tegen een regeling die een niet-ingezeten belastingplichtige die nagenoeg zijn volledige positieve inkomsten in de werkstaat Nederland verwerft, het recht ontzegt om negatieve inkomsten uit een woning in een andere lidstaat in aftrek te brengen, terwijl ingezetenen dat wel mogen. Dit volgt uit de Schumacker-jurisprudentie, waarbij dergelijke belastingplichtigen gelijkgesteld worden met ingezetenen voor fiscale voordelen die verband houden met hun fiscale draagkracht.
De Nederlandse regering voerde aan dat deze situatie voortkomt uit een dispariteit tussen de nationale belastingstelsels en de bilaterale verdeling van heffingsbevoegdheid, waarbij België geen hypotheekrenteaftrek toestaat. Het HvJ EG verwierp dit als rechtvaardiging en oordeelde dat de weigering van aftrek een verboden belemmering van het vrije verkeer van werknemers vormt.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad nuanceert het arrest door te wijzen op de beperkingen van het belastingverdrag en de toepassing van de inhaalregeling, en stelt dat de nationale rechter moet beoordelen of het arrest correct is toegepast in het licht van het bilaterale verdrag en het nationale recht. De zaak illustreert de spanning tussen nationale fiscale jurisdictie, bilaterale verdragen en Europese vrijheden.
Uitkomst: Het HvJ EG oordeelt dat Nederland niet-ingezetenen in een Schumacker-positie het recht moet geven negatieve inkomsten uit een Belgische eigen woning af te trekken in de Nederlandse heffingsgrondslag.