ECLI:NL:PHR:2009:BH5187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen handelen in strijd met Opiumwet door invoer cocaïne in koffer
Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zes maanden hechtenis wegens medeplegen van handelen in strijd met artikel 2 van Pro de Opiumwet. De cocaïne werd aangetroffen in een koffer die verdachte en zijn echtgenote op het vliegveld van Paramaribo hadden ingecheckt. Verdachte ontkende op de hoogte te zijn van de drugs en stelde dat de cocaïne mogelijk pas na het inchecken aan de koffer was bevestigd.
Het Hof verwierp dit verweer omdat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die aannemelijk maakten dat de cocaïne na het inchecken door een ander was aangebracht. Bovendien hadden verdachte en zijn vrouw de koffer onvoldoende zorgvuldig onderzocht, terwijl zij wisten dat vanuit Suriname veelvuldig drugs in bagage worden gesmokkeld. De cocaïne werd tussen de trekstangen van de koffer gevonden.
Verdachte stelde ook dat het Hof ten onrechte het verzoek om twee getuigen te horen had afgewezen. Het Hof oordeelde dat dit niet nodig was omdat de cocaïne binnenin de koffer was aangetroffen en niet aan de buitenkant. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep, met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden hechtenis wegens medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet.