ECLI:NL:PHR:2009:BH5221

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12348
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering opzet aanwezigheid hennep

De verdachte werd door het gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verweer dat verdachte geen weet had van de hennep werd verworpen.

De Hoge Raad constateert dat het hof weliswaar het verweer kennelijk heeft verworpen, maar geen nadere motivering heeft gegeven over het al dan niet aanwezig zijn van voorwaardelijk opzet. Tevens heeft het hof niet vastgesteld of de dozen zodanig naar hennep roken dat verdachte dit had moeten opmerken.

Daarmee is het arrest onvoldoende gemotiveerd en moet het worden vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof te Leeuwarden voor hernieuwde beoordeling op het bestaande cassatieberoep.

Verder merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn van behandeling is overschreden, hetgeen het opvolgend hof bij strafoplegging kan meewegen.

Deze conclusie leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het hof voor een nieuwe beoordeling.

Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende motivering opzet, zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 07/12348
Mr Jörg
Zitting 3 maart 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verzoeker is door het gerechtshof te Leeuwarden wegens het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis.
2. Namens verzoeker heeft mr. A.B. Baumgarten, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel behelst de klacht dat het hof onvoldoende gemotiveerd het verweer heeft verworpen dat verzoeker er geen weet van heeft gehad dat de dozen hennep bevatten.
4. Het middel is terecht voorgesteld. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verzoeker is meegereden met verdachte De Nijs en dat hij wist dat er dozen in de auto geladen zijn. Hij heeft wisselend - en daarmee niet erg overtuigend - verklaard over zijn al dan niet uitstappen daar waar de dozen werden geladen. Blijkens de bewezenverklaring van verdachtes opzet heeft het hof kennelijk het verweer verworpen, maar het heeft niet anderszins op het verweer gerespondeerd en evenmin een overweging gewijd aan de vraag of voorwaardelijk opzet aanwezig was. Of de dozen zodanig naar hennep roken dat verzoeker dit bij het inladen dan wel in een auto met een afgesloten goederencompartiment moet hebben bemerkt is evenmin door het hof vastgesteld. Uit de bewijsmiddelen kan niet genoegzaam worden afgeleid dat verzoeker wist dat de dozen gevuld waren met hennepplantjes. In zoverre is het bestreden arrest onvoldoende gemotiveerd.
5. In de aanhef constateert de steller van het middel nog dat de inzendtermijn in de cassatiefase zou zijn overschreden. Die klacht is tevergeefs voorgesteld aangezien namens verzoeker op 4 december 2006 beroep in cassatie is ingesteld en de stukken op 11 juli 2007 dus binnen 8 maanden ter griffie van de Hoge Raad zijn binnengekomen. Het betekent overigens wel dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan 24 maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dat betekent dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Het opvolgend hof kan indien het komt tot strafoplegging rekening houden met deze termijnoverschrijding.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, tot terugwijzing naar het gerechtshof te Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G