ECLI:NL:PHR:2009:BH5281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij ontzegging rijbevoegdheid
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een onherroepelijk vonnis van de politierechter te Amsterdam, waarbij de aanvrager bij verstek is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het besturen van een motorrijtuig tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid.
Het verzoek tot herziening werd ingediend op 23 januari 2007, maar de aanvrager overleed op 27 juni 2007. Zijn raadsman werd benoemd tot bijzonder vertegenwoordiger. Het verzoek berust op de stelling dat er sprake zou zijn van een persoonsverwisseling: niet de aanvrager maar diens broer zou de auto hebben bestuurd en zich hebben uitgegeven als de aanvrager.
Ter onderbouwing werd een verklaring van de broer overgelegd waarin hij toegaf de auto zonder toestemming te hebben meegenomen en zich had voorgedaan als de aanvrager bij de politie. De politie heeft nader onderzoek verricht, maar kon de broer niet bereiken voor een nadere verklaring. De verbalisanten konden zich niet eenduidig herinneren wie was aangehouden, maar één verbalisant herkende de aanvrager aan zijn gelaatstrekken.
Vergelijking van foto's en handtekeningen wees niet op persoonsverwisseling. De handtekening van de broer was totaal anders dan die van de aanvrager, waardoor imitatie onwaarschijnlijk is. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat de enkele verklaring van de broer onvoldoende is om een ernstig vermoeden te creëren dat de rechter de aanvrager anders zou hebben beoordeeld.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het herzieningsverzoek af.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.