ECLI:NL:PHR:2009:BH7132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op kinderalimentatie ondanks mediationafspraken
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie na een kinderconvenant. De rechtbank had in april 2007 de man vrijgesteld van kinderalimentatie wegens onvoldoende draagkracht. De vrouw stelde beroep in bij het hof, dat haar ontvankelijk verklaarde en de man veroordeelde tot betaling van €225 per kind per maand.
De man stelde cassatie in tegen deze beschikking. Hij voerde aan dat de vrouw niet ontvankelijk was vanwege afspraken in het kinderconvenant over mediation en dat het hof zijn draagkracht onjuist had vastgesteld. De Hoge Raad overwoog dat het convenant niet ondubbelzinnig afstand van het recht op hoger beroep inhield en dat kinderalimentatie een zaak van openbare orde is, waardoor de vrouw ontvankelijk bleef.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe het de draagkracht van de man had berekend, en dat de man onvoldoende had aangetoond dat zijn schulden en afschrijvingen de draagkracht verminderden. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro, zonder dat er aanleiding was tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij blijft gehouden tot betaling van kinderalimentatie.