ECLI:NL:PHR:2009:BH7296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens niet-ondertekend proces-verbaal en nietigheid onderzoek ter zitting
De Rechtbank te Arnhem verklaarde de tenuitvoerlegging van een Duitse gevangenisstraf toelaatbaar en legde een gevangenisstraf op aan de veroordeelde. Tegen deze beslissing werd cassatieberoep ingesteld. Een aanvullend middel klaagde over het ontbreken van een ondertekend proces-verbaal van de terechtzitting van 12 mei 2006.
Ondanks verzoeken en correspondentie bleek het proces-verbaal niet ondertekend door de voorzitter en griffier, waardoor het rechtskracht ontbeerde. Pogingen om dit gebrek te herstellen mislukten. De Hoge Raad oordeelde dat een niet-ondertekend proces-verbaal geen bewijskracht heeft en dat het onderzoek ter zitting daardoor nietig is.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het aanvullende middel slaagt en dat de bestreden uitspraak vernietigd moet worden. Andere middelen bleven onbesproken omdat de nietigheid van het onderzoek doorslaggevend was. De Hoge Raad werd verzocht een passende beslissing te nemen op basis van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen.
Uitkomst: De bestreden uitspraak wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek door het ontbreken van een ondertekend proces-verbaal.