ECLI:NL:PHR:2009:BH7358
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat ontbreken omgang geen wijziging alimentatieplicht vormt
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over kinderalimentatie na echtscheiding. De moeder had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het hof die de alimentatieverplichting van de vader bevestigde ondanks het feit dat er op dat moment geen omgang was tussen vader en kinderen.
De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van omgang geen wijziging van omstandigheden oplevert die rechtvaardigt dat de omgangskosten buiten beschouwing worden gelaten bij de berekening van de draagkracht van de vader. Het hof had geoordeeld dat de vader recht op omgang heeft en dat het in het belang van de kinderen is dat zij omgang met beide ouders hebben. De moeder was bovendien door de voorzieningenrechter veroordeeld om mee te werken aan de omgangsregeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en niet onjuist had toegepast. Er waren geen vragen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling rechtvaardigden. De alimentatieverplichting bleef ongewijzigd ondanks het feit dat er feitelijk geen omgang plaatsvond.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en het oordeel van het hof dat het ontbreken van omgang geen wijziging van alimentatieplicht vormt, wordt bevestigd.