ECLI:NL:PHR:2009:BH8596
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks schending Duitse soevereiniteit bij aanhouding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling wegens het niet voldoen aan een wettelijk bevel, na een aanhouding waarbij verdachte deels op Duits grondgebied werd vastgehouden en onderzocht door Nederlandse Marechaussees. De verdediging voerde aan dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de Duitse soevereiniteit mogelijk is geschonden, dit geen schending is van een beginsel dat de verdachte beschermt. Er is geen sprake van ernstige inbreuk op de procesorde die tot niet-ontvankelijkheid van het OM zou leiden. De handelingen vonden plaats door bevoegde Nederlandse ambtenaren en de schending was beperkt van aard.
Daarnaast behandelt het arrest bezwaren tegen de rechtsgeldigheid van een noodverordening en de mandatering van ondertekening van besluiten door de Commissaris van de Koningin. De Hoge Raad bevestigt dat de bekrachtiging van de noodverordening geen besluit van algemene strekking is en dat mandatering van ondertekening toelaatbaar is onder de gegeven omstandigheden.
De conclusie van de Hoge Raad is dat de middelen falen en het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere veroordeling en beslissingen in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het Openbaar Ministerie blijft ontvankelijk ondanks de schending van Duitse soevereiniteit.