ECLI:NL:PHR:2009:BH8597
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks schending Duitse soevereiniteit bij aanhouding
Verdachte werd op Nederlands grondgebied aangehouden door leden van de Koninklijke Marechaussee en vervolgens deels op Duits grondgebied vervoerd en onderzocht. Verdachte stelde dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De politierechter en het gerechtshof verwierpen dit verweer, stellende dat de schending van soevereiniteit beperkt was en geen inbreuk maakte op de rechten van verdachte. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat een schending van soevereiniteit alleen gevolgen kan hebben als deze leidt tot ernstige inbreuk op het recht op een eerlijke procesgang, wat hier niet het geval was.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad over de rechtsgeldigheid van een noodverordening en de mandatering van ondertekening van besluiten door de Commissaris van de Koningin. De Hoge Raad stelt dat de bekrachtiging van de noodverordening geen besluit van algemene strekking is en dat mandatering van ondertekening zonder onderliggende mandaatregeling toelaatbaar kan zijn.
Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het gerechtshof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het gerechtshof bevestigd.