ECLI:NL:PHR:2009:BH9154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling en verrekening bij gebrekkig grafmonument en gerechtelijke erkentenis
De zaak betreft een geschil tussen eiser en verweerder over de vervaardiging en betaling van een grafmonument voor de overleden zoon van eiser. Verweerder maakte het monument en bracht een factuur uit, waarvan eiser een deel betaalde maar de rest betwistte wegens gebreken aan het monument. De rechtbank kende verweerder grotendeels toe, maar het hof stelde de schade wegens gebreken vast en verrekende deze met het door eiser verschuldigde bedrag.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof over de hoogte van de schadevergoeding en de gerechtelijke erkentenis van betaling van bepaalde posten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de schade had vastgesteld en verrekend, en dat eiser gebonden bleef aan de gerechtelijke erkentenis van betaling van de bronzen engelen en vazen, omdat geen dwaling of onvrijheid was aangetoond.
De Hoge Raad benadrukte dat een gerechtelijke erkentenis een ondubbelzinnige erkenning van een stelling is die niet kan worden herroepen zonder bewijs van dwaling of onvrijheid. Eiser had dit niet aannemelijk gemaakt, waardoor het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser blijft gehouden tot betaling van het vastgestelde bedrag, verminderd met de schadevergoeding.