ECLI:NL:PHR:2009:BH9283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschappelijk appartementsrecht tussen voormalige levenspartners
Partijen, voormalige levenspartners zonder geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract, waren gezamenlijk eigenaar van een appartement dat zij in 1994 kochten met een financiering die de waarde van het appartement destijds oversteeg. Na het beëindigen van hun relatie bleef de man in het appartement wonen en betaalde hij alle lasten, terwijl de vrouw elders ging wonen. De vrouw vorderde verkoop en verdeling van de opbrengst, waarbij de man stelde dat zij afstand had gedaan van haar rechten.
De rechtbank wees de vordering toe en bepaalde een betaling wegens overbedeling. Het hof vernietigde dit voor wat betreft de betaling wegens overbedeling en oordeelde dat er stilzwijgende afspraken waren gemaakt waarbij het appartement aan de man werd toegedeeld en hij alle lasten droeg zonder verrekening met de vrouw. De Hoge Raad behandelt in cassatie onder meer de vraag of het hof terecht aannam dat een dergelijke overeenkomst tot verdeling stilzwijgend kon zijn en of het hof het bewijsaanbod van de vrouw ten onrechte had gepasseerd.
De Hoge Raad bevestigt dat een overeenkomst tot verdeling een meerzijdige rechtshandeling is die stilzwijgend kan worden gesloten en dat het hof de getuigenverklaringen terecht heeft gewaardeerd als bewijs van de gemaakte afspraken. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof het bewijsaanbod van de vrouw onterecht heeft genegeerd, waardoor het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde bewijswaardering en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde bewijswaardering en beslissing.