ECLI:NL:PHR:2009:BH9288
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande facturen en stelplicht in overeenkomst van opdracht
In deze zaak stond de vraag centraal of eiser voldoende had voldaan aan zijn stelplicht met betrekking tot de betaling van openstaande facturen in het kader van een overeenkomst van opdracht. Het hof had in zijn tussenarrest geoordeeld dat eiser zijn stellingen niet had bewezen, maar wel aan zijn stelplicht had voldaan. Het cassatieberoep richtte zich tegen deze beoordeling.
De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel van het cassatieberoep miskent dat het hof niet heeft geoordeeld dat eiser zijn stellingen heeft bewezen, maar slechts dat hij aan zijn stelplicht heeft voldaan. De overige middelen werden als onbegrijpelijk aangemerkt en boden geen aanleiding tot cassatie. Daarmee werd het cassatieberoep verworpen.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee werd bevestigd dat eiser niet aan de bewijsverplichting had voldaan, maar wel aan zijn stelplicht, hetgeen onvoldoende was voor toewijzing van zijn vordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing van de stellingen.