ECLI:NL:PHR:2009:BH9288

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00222
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen en stelplicht in overeenkomst van opdracht

In deze zaak stond de vraag centraal of eiser voldoende had voldaan aan zijn stelplicht met betrekking tot de betaling van openstaande facturen in het kader van een overeenkomst van opdracht. Het hof had in zijn tussenarrest geoordeeld dat eiser zijn stellingen niet had bewezen, maar wel aan zijn stelplicht had voldaan. Het cassatieberoep richtte zich tegen deze beoordeling.

De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel van het cassatieberoep miskent dat het hof niet heeft geoordeeld dat eiser zijn stellingen heeft bewezen, maar slechts dat hij aan zijn stelplicht heeft voldaan. De overige middelen werden als onbegrijpelijk aangemerkt en boden geen aanleiding tot cassatie. Daarmee werd het cassatieberoep verworpen.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee werd bevestigd dat eiser niet aan de bewijsverplichting had voldaan, maar wel aan zijn stelplicht, hetgeen onvoldoende was voor toewijzing van zijn vordering.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing van de stellingen.

Conclusie

Rolnr. 09/00222
mr. J. Spier
Zitting 27 maart 2009 (bij vervroeging)
Conclusie inzake
[Eiser]
tegen
Natuur en Recreatieschap IJsselmonde
Het tijdig door mr Oomen bezorgde cassatieberoep mislukt. Middel 1 miskent dat het Hof in rov. 7 van zijn tussenarrest niet oordeelt dat [eiser] zijn stellingen heeft bewezen. Het zegt niet meer of anders dan dat hij aan zijn stelplicht heeft voldaan. Dat blijkt ook duidelijk uit het vervolg. Middel II is onbegrijpelijk, nog daargelaten dat het niet aangeeft tegen welke rov. het is gericht. Ook middel III is onbegrijpelijk, nog daargelaten dat het Hof op die kwestie ingaat, zij het in rov. 5 van het eindarrest waartegen (evenwel) geen (laat staan een begrijpelijke) klacht wordt gericht
Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal