ECLI:NL:PHR:2009:BH9920
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest ontnemingsvordering wegens onpartijdigheid politierechter en onjuiste voordeelberekening
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin veroordeelde werd verplicht tot betaling van een bedrag van €36.000 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel.
Veroordeelde voerde in cassatie aan dat de politierechter in eerste aanleg niet onpartijdig was, omdat zij voorafgaand aan het onderzoek had aangegeven de verdachte aan zijn eerdere politieverklaring te zullen houden. Dit zou de verdachte in zijn verweer hebben belemmerd. Daarnaast klaagde hij over een innerlijke tegenstrijdigheid in de berekening van het voordeel, waarbij het hof uitging van een langere periode dan de verdachte zelf had verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat de politierechter inderdaad een vooringenomen houding aannam door zonder voorbehoud te verklaren de verdachte aan zijn eerdere verklaring te houden, wat een schending van het recht op een onpartijdige rechter inhoudt. Ook is de berekening van het voordeel onjuist omdat het hof een periode van 23 maanden hanteerde terwijl de betalingen volgens de verdachte pas in 2004 begonnen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Rotterdam voor een nieuwe berechting van de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de politierechter voor nieuwe berechting.