ECLI:NL:PHR:2009:BH9936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt grove schuld bestuurder bij dodelijk verkeersongeval door onvoorzichtig en te hard rijden
Op 4 juli 2005 veroorzaakte de verdachte een verkeersongeval op de Rijksweg A59 nabij Den Hout waarbij twee inzittenden van een andere personenauto om het leven kwamen. De verdachte reed met een snelheid van circa 140 km/u, terwijl de maximumsnelheid 120 km/u bedroeg. Tijdens het rijden richtte hij zijn aandacht niet op het rijbaangedeelte voor hem en stuurde hij zijn auto niet tijdig en voldoende naar links om de voor hem rijdende auto veilig te passeren.
Het Hof oordeelde dat de verdachte in hoge mate onvoorzichtig en onachtzaam had gereden en dat het ongeval aan zijn schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 te wijten was. De verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging. De Hoge Raad heeft in cassatie het oordeel van het Hof bevestigd en geoordeeld dat het bewezenverklaarde gedrag, bestaande uit een combinatie van onoplettendheid en snelheidsovertreding, zonder onjuiste rechtsopvatting als grove schuld kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad benadrukte dat het niet slechts gaat om een moment van onoplettendheid, maar om het geheel van gedragingen, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden. De ernst van de gevolgen alleen is niet voldoende voor het oordeel van grove schuld. Het cassatiemiddel dat dit betoogde faalde, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor grove schuld aan een dodelijk verkeersongeval met oplegging van werkstraf, voorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging.