ECLI:NL:PHR:2009:BI0071
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwijzing naar schadestaatprocedure bij geschil over schadevergoeding wegens wanprestatie
In deze civiele zaak vordert [verweerder] schadevergoeding wegens wanprestatie door bouwwerkzaamheden uitgevoerd door De Combi en Restyling. De rechtbank kende slechts een beperkt bedrag toe en wees een groot deel van de schadeposten af wegens onvoldoende causaal verband. Het hof vernietigde dit vonnis en verwees de zaak naar een schadestaatprocedure, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om de schade volledig te begroten.
De Combi en Restyling stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Zij betoogden onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het de zaak verwees naar de schadestaatprocedure en dat zij ten onrechte als grotendeels in het ongelijk gestelde partijen waren aangemerkt voor proceskosten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om de schade in het principaal appel te begroten en dat verwijzing naar de schadestaatprocedure passend is. Ook is het oordeel van het hof dat De Combi en Restyling als in het ongelijk gestelde partijen gelden, niet onjuist of onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.
De zaak betreft complexe bewijs- en causaliteitsvragen omtrent schade door funderingswerkzaamheden en de juiste procesgang bij onvolledige schadevaststelling. De Hoge Raad bevestigt de ruime beoordelingsvrijheid van het hof bij verwijzing naar schadestaatprocedures en de toewijzing van proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een gedegen bewijsvoering en motivering in schadevorderingen en bevestigt dat de schadestaatprocedure een geschikt middel is om onduidelijkheden over schadeomvang nader te onderzoeken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure voor nadere schadevaststelling.