ECLI:NL:PHR:2009:BI0216
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen secretaris Ondernemingskamer en financieringskwesties faillissementsenquête
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een ontvangstbevestiging van de secretaris van de Ondernemingskamer en een beschikking tot aanwijzing van onderzoekers in een faillissementsenquête bij QWEST B.V. en aanverwante partijen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep tegen de ontvangstbevestiging niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep tegen de beschikking van 5 december 2008, waarbij onderzoekers werden aangewezen. De conclusie bouwt voort op eerdere zaken (R07/068HR en 08/03660HR) en behandelt onder meer de doelstellingen van het enquêterecht, die niet beperkt zijn tot sanering en herstel van gezonde verhoudingen, maar ook het verkrijgen van opening van zaken en het vaststellen van verantwoordelijkheid omvatten.
Verder bespreekt de conclusie de problematiek rond de financiering van faillissementsenquêtes, waarbij wordt erkend dat onzekerheid over financiering kan leiden tot vertraging, maar dat de Ondernemingskamer onder bepaalde voorwaarden een enquête kan beëindigen als voldoende middelen ontbreken. De curator kan beslissen over het gebruik van boedelmiddelen, en het belang van het vennootschappelijk belang wordt afgewogen tegen andere belangen.
De Hoge Raad bevestigt dat de Ondernemingskamer, na het horen van partijen, kan terugkomen op haar enquêtebeschikking als nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. De balans tussen belangen kan in de loop van de tijd verschuiven, wat gevolgen kan hebben voor de voortzetting van het onderzoek.
Uitkomst: Cassatieberoep tegen ontvangstbevestiging niet-ontvankelijk; beroep tegen aanwijzing onderzoekers verworpen.