ECLI:NL:PHR:2009:BI0250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor verkrachting ondanks discussie bewijs en strafmotivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling wegens verkrachting door het gerechtshof te Leeuwarden. Verzoeker werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar wegens het anaal penetreren van het slachtoffer tegen haar wil.
Het cassatieberoep richtte zich op twee punten: de bewijsvoering en de strafmotivering. Verzoeker betwistte dat uit het bewijs kon worden afgeleid dat hij wist dat het slachtoffer de anale penetratie niet wilde. De Hoge Raad oordeelde dat de verklaring van verzoeker zelf, waarin hij toegaf dat hij dit tegen de wil van het slachtoffer deed, en de verklaringen van het slachtoffer voldoende waren om onvrijwilligheid vast te stellen. Het afzwakken van de verklaring door verzoeker deed hieraan geen afbreuk.
Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen het meewegen door het hof van feiten waarvoor verzoeker was vrijgesproken bij de strafoplegging. De Hoge Raad bevestigde dat de rechter ook omstandigheden mag meewegen die geen strafbare feiten opleveren, mits deze ter terechtzitting aan de orde zijn gekomen. Het hof had terecht de aard van de relatie en de dominante rol van verzoeker meegewogen.
De Hoge Raad vond geen reden om het vonnis te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De straf van één jaar gevangenisstraf bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot één jaar gevangenisstraf wegens verkrachting.