ECLI:NL:PHR:2009:BI0537

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00285 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens overschrijding termijn na inbeslagneming zonder vervolging

In deze zaak heeft de rechtbank te Haarlem verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift tot opheffing en teruggave van beslag op een bedrag van € 616.332, omdat het klaagschrift niet tijdig was ingediend. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. Volgens art. 552a, vierde lid, Sv moet een klaagschrift worden ingediend binnen twee jaar na inbeslagneming indien er geen vervolging is ingesteld.

De zaak tegen verzoeker was geseponeerd door de officier van justitie, zonder dat een rechter bij de zaak betrokken was geweest en zonder dat dwangmiddelen waren toegepast die duiden op vervolging. Hierdoor was er geen sprake van een vervolgde zaak. De rechtbank oordeelde terecht dat het klaagschrift niet tijdig was ingediend en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk.

Hoewel de raadsman kritiek had op de afhandeling door het Openbaar Ministerie, benadrukte de Hoge Raad dat het aan de raadsman is om tijdig de juiste stappen te zetten wanneer er geen voortgang in de zaak is. Het middel van verzoeker is verworpen en het beroep wordt afgewezen.

Uitkomst: Het klaagschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn van twee jaar na inbeslagneming zonder dat een vervolging was ingesteld.

Conclusie

Nr. 08/00285 B
Mr Jörg
Zitting 7 april 2009
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De rechtbank te Haarlem heeft verzoeker bij beschikking van 31 juli 2007 niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift, strekkende tot opheffing van het beslag op een bedrag van € 616.332 en tot teruggave daarvan.
2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Dat middel behelst de klacht dat de rechtbank ten onrechte op grond van art. 552a, vierde lid, Sv verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4. Art. 552a, vierde lid, Sv houdt in dat indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld, het klaagschrift uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming moet worden ingediend.
5. Indien een zaak is geëindigd met een sepot zonder dat een rechter in de zaak is betrokken, is er geen sprake van een vervolgde zaak, in welk geval het klaagschrift binnen twee jaar na de inbeslagneming moet worden ingediend (cf. HR 15 april 2008, NJ 2008, 250).
6. De rechtbank heeft in de onderhavige zaak vastgesteld dat de zaak tegen klager op 13 juli 2007 door de officier van Justitie is geseponeerd. Aannemelijk is dat geen dwangmiddel tegen klager is toegepast dat duidt op een daad van vervolging. Het voorgeleidingsdossier was namelijk het einddossier.
7. Derhalve was er geen sprake was van een vervolgde zaak. Het oordeel van de rechtbank dat het klaagschrift niet tijdig is ingediend hetgeen moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker getuigt daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting noch is het oordeel onbegrijpelijk.
8. Weliswaar heeft de raadsman bij de behandeling geklaagd over de afhandeling van de zaak door het OM en heeft de officier van Justitie daaromtrent gezegd dat het verloop van de zaak geen schoonheidsprijs verdient, maar juist indien er geen schot in de zaak zit is het zaak voor de raadsman om tijdig de juiste stappen te zetten.
9. Het middel is tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G