ECLI:NL:PHR:2009:BI0656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en stortingsverplichting op ervenrekening
In deze zaak staat de verdeling van de nalatenschap van wijlen betrokkene centraal. Het hof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank Haarlem vernietigd en eisers veroordeeld tot storting van een bedrag van €182.750,90 op een ervenrekening die door de notaris geopend moet worden. Dit om de gelden uit de nalatenschap over de erven te kunnen verdelen.
Eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen dit arrest, stellende dat het hof ten onrechte de bewijslast zou hebben omgekeerd en onvoldoende rekening heeft gehouden met tegenbewijs en contra-indicaties. De Procureur-Generaal concludeert echter dat deze klachten niet slagen, mede omdat het hof de bewijslast niet heeft omgekeerd maar een voorlopige vaststelling heeft gedaan die door eisers tegenbewijs had kunnen worden bestreden.
Verder is gebleken dat de klachten over het ontbreken van nadere motivering en de rol van een stiefdochter als mogelijke ontvanger van gelden niet toelaatbaar zijn in cassatie. Het hof heeft een waardering van feitelijke aard gemaakt die niet onbegrijpelijk is en niet in cassatie kan worden aangevochten.
Daarom komt de zaak in aanmerking voor verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, zonder dat rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoeven te worden beantwoord.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld tot storting van het bedrag op de ervenrekening.