ECLI:NL:PHR:2009:BI1006
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring bij verzet tegen verstekvonnis in strafzaak
In deze strafzaak werd verdachte bij verstek veroordeeld voor het zonder toestemming betreden van een verboden terrein op 8 april 2001. Verdachte maakte verzet tegen dit vonnis, maar verscheen niet in rechte bij de behandeling van het verzet. De Kantonrechter verklaarde het verzet vervolgens vervallen en bevestigde het verstekvonnis.
De Hoge Raad behandelt de vraag of het recht tot strafvordering door verjaring is vervallen. Volgens de wet kan deze vraag pas aan de orde komen als verdachte in rechte verschijnt. Omdat verdachte niet is verschenen, kon de Kantonrechter de verjaring niet toetsen bij de verzetzitting.
De Hoge Raad constateert dat meer dan vier jaar is verstreken tussen het feit en de datum van het vonnis, zodat het recht tot vervolging is verjaard. Daarom vernietigt de Hoge Raad de vonnissen en verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen en verklaart de vervolging niet-ontvankelijk wegens verjaring.