ECLI:NL:PHR:2009:BI1126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslast bij betwisting ondertekening onderhandse akte in geldleningsovereenkomst
Friesland Direct vorderde betaling van een geldlening van €6.510,- van verweerder, gebaseerd op een door verweerder ondertekende schuldbekentenis. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af omdat het bestaan van de geldlening niet was komen vast te staan. Het hof oordeelde dat verweerder gemotiveerd ontkende de handtekening te hebben gezet en dat daardoor de akte geen dwingend bewijs was. Tevens oordeelde het hof dat de erkenning van de overeenkomst door verweerder niet toereikend was omdat hij stelde niet te hoeven terugbetalen, een wezenlijk onderdeel van een geldlening.
Friesland Direct stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de bewijslast had omgekeerd en dat de akte wel dwingend bewijs was. De Hoge Raad oordeelde dat de bewijslast voor het bestaan van de geldleningsovereenkomst op Friesland Direct rust en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de akte geen dwingend bewijs oplevert zolang niet bewezen is van wie de handtekening afkomstig is. Ook werd bevestigd dat het hof vrij is in de waardering van het bewijs en dat het enkele overleggen van stukken niet voldoet aan de bewijsvereisten.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat er geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren. De zaak benadrukt het belang van het leveren van voldoende bewijs bij betwisting van ondertekening van een akte en de bewijslastverdeling in civiele procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Friesland Direct wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.