ECLI:NL:PHR:2009:BI1377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsmaatregel wegens onvoldoende onderbouwing voordeel mensenhandel
In deze zaak bevestigde het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de uitspraak van de Rechtbank waarin aan de veroordeelde een ontnemingsmaatregel van €103.000 werd opgelegd wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel. De verdediging stelde dat niet kon worden bewezen dat het slachtoffer het gehele bedrag van €28.000 aan de veroordeelde had moeten afdragen.
De Hoge Raad oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer weliswaar aantonen dat zij een deel van haar inkomsten aan de veroordeelde moest afstaan, maar niet dat dit het volledige bedrag van €28.000 betrof. Hierdoor was de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad besloot daarom het bedrag te verminderen met €14.000, omdat uit het bewijs kon worden afgeleid dat ten minste de helft van het bedrag was ontvangen. Daarnaast verwierp de Hoge Raad het middel dat het bedrag van €45.000 dat werd betaald om een vrouw vrij te kopen niet als voordeel kon worden aangemerkt, omdat dit bedrag als kapitalisering van de te verwachten opbrengst uit mensenhandel werd gezien.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het bedrag betreft en bepaalde het te betalen bedrag op €89.000, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het te betalen bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel tot €89.000.