ECLI:NL:PHR:2009:BI1424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over medeplegen en bedrijfsmatig plegen van merkvervalsingsdelicten
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte medepleger was van het bedrijfsmatig plegen van merkvervalsingsdelicten, waaronder het vervaardigen en in voorraad hebben van vervalste merken en waren voorzien van handelsnamen van anderen. Het Gerechtshof Arnhem had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.
Verdediging klaagde over overschrijding van wettelijke termijnen in de cassatiefase, wat volgens de Hoge Raad tot strafvermindering moest leiden. Daarnaast werd betwist of het hof voldoende had bewezen dat verdachte het plegen van de misdrijven als bedrijf had uitgeoefend. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte een centrale rol had in de illegale sigarettenproductie en dat het bedrijfsmatig handelen van één medepleger voldoende is voor toepassing van de strafverzwarende bepaling.
Verder werd geklaagd over de toewijzing van voorschotten voor kosten van rechtsbijstand aan benadeelde partijen. De Hoge Raad bevestigde dat toewijzing van voorschotten voor toekomstige kosten mogelijk is en dat het hof dit correct had gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging vanwege termijnoverschrijding en matigde de straf, maar verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de strafoplegging wegens termijnoverschrijding en matigt de straf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.