ECLI:NL:PHR:2009:BI2039
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging verhaalsbijdrage bij samenwoning met partner zonder inkomen
De zaak betreft een geschil tussen een man en de Regionale Sociale Dienst (RSD) over de wijziging van een opgelegde bijstandsverhaalsbijdrage ten behoeve van zijn gewezen echtgenote. De man stelde dat de beschikking van 17 maart 2004 niet aan wettelijke maatstaven voldeed en dat zijn samenwoning met een nieuwe partner zonder inkomen een wijziging van omstandigheden vormde die een verlaging van de verhaalsbijdrage rechtvaardigde.
De rechtbank wees het primaire verzoek af wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag en het subsidiaire verzoek wegens onvoldoende bewijs van relevante wijziging van omstandigheden. Het hof verwierp het incidentele beroep van de RSD en oordeelde dat de samenwoning een wijziging van omstandigheden was, maar dat deze niet rechtens relevant was omdat de draagkracht van de man volgens het hof niet was gewijzigd. De man bracht cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de samenwoning niet tot een wijziging van de draagkracht zou leiden. Het hof heeft het verband tussen de samenwoning en de financiële draagkracht onvoldoende onderzocht en gemotiveerd, waardoor het oordeel onbegrijpelijk is. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek en beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de wijziging van de verhaalsbijdrage.