ECLI:NL:PHR:2009:BI2156
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verdachte tot verstrekking kopieën processtukken ondanks schending wettelijke regeling
In deze strafzaak was verdachte veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte had in hoger beroep verzocht om een volledige kopie van de processtukken om zich adequaat te kunnen voorbereiden, maar dit verzoek werd niet ingewilligd. Het hof wees het verzoek af met het oordeel dat verdachte voldoende tijd en gelegenheid had gehad om zijn verdediging voor te bereiden, ook al had hij geen afschriften ontvangen.
Verdachte maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat hierdoor zijn recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro was geschonden, mede gelet op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Foucher vs. France. De Hoge Raad overwoog dat het enkele feit dat verdachte voorafgaand aan de terechtzitting geen afschriften ontving niet automatisch betekent dat het proces oneerlijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat verdachte ter zitting de mogelijkheid werd geboden om de stukken in te zien in aanwezigheid van een tolk, maar dat verdachte hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Ook werd meegewogen dat verdachte na het instellen van het beroep geen initiatief heeft genomen om alsnog inzage te verkrijgen. Gezien deze omstandigheden en de eenvoudige aard van de ten laste gelegde feiten, oordeelde de Hoge Raad dat het hof het verzoek tot verstrekking van kopieën terecht heeft afgewezen zonder artikel 6 EVRM Pro te schenden.
Uitkomst: Het verzoek van verdachte om kopieën van de processtukken werd afgewezen zonder schending van artikel 6 EVRM.