ECLI:NL:PHR:2009:BI2335
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ruime reclamemogelijkheden wederverkoper bij gebruik merk zonder commerciële band en imagoschade
In deze zaak stond centraal of Makro als wederverkoper het woord- en beeldmerk van G-Star in haar reclame mocht gebruiken zonder dat dit een merkinbreuk oplevert. G-Star stelde dat Makro alleen het woordmerk mocht gebruiken en niet het beeldmerk, tenzij dit noodzakelijk was voor de verdere verhandeling van de producten. Het hof Den Haag had geoordeeld dat er geen sprake was van uitputting van het merk en dat Makro loyaal had gehandeld, omdat geen commerciële band werd gesuggereerd en de reclame niet leidde tot ernstige imagoschade.
G-Star stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen noodzakelijkheidsvereiste had toegepast voor het gebruik van het beeldmerk in reclame. De Hoge Raad bevestigde echter dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG (Dior/Evora en BMW/Deenik) geen zwaardere toets voor beeldmerkgebruik voorschrijft dan voor woordmerkgebruik. Het gebruik van het merk in reclame is toegestaan zolang het niet de indruk wekt van een commerciële band en niet leidt tot ernstige reputatieschade.
De Hoge Raad wees ook op het belang van het vrije verkeer van goederen en de uitputtingsregel, waardoor de wederverkoper ruime reclamemogelijkheden heeft. Het hof had terecht geoordeeld dat Makro loyaal had gehandeld en dat er geen gegronde reden was om het gebruik van het beeldmerk te verbieden. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van G-Star wordt verworpen; Makro mag het woord- en beeldmerk in reclame gebruiken zonder dat dit een merkinbreuk oplevert.