ECLI:NL:PHR:2009:BI3448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt intrekking schone lei wegens benadeling schuldeisers door niet-melding schuld
De zaak betreft een verzoek tot herroeping van de verlening van de schone lei aan een schuldenaar die onder de wettelijke schuldsaneringsregeling viel. De bewindvoerder stelde dat een belangrijke vordering van ING niet was gemeld bij het verzoek tot schuldsanering, wat zou duiden op benadeling van schuldeisers. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet aan zijn informatieplicht had voldaan en dat de schone lei terecht was verleend zonder volledig inzicht in de schuldenlast.
In hoger beroep werd de schuldenaar in de gelegenheid gesteld aan te tonen dat het vonnis waarop de vordering was gebaseerd onjuiste aannames bevatte. Het hof concludeerde dat de schuldenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de schuld niet te goeder trouw was ontstaan en dat hij niet aan zijn informatieplicht had voldaan. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de schuldenaar.
De Hoge Raad benadrukte dat art. 358a Fw voorziet in de mogelijkheid om de schone lei in te trekken indien na beëindiging van de schuldsanering blijkt dat schuldeisers zijn benadeeld door handelen of nalaten van de schuldenaar. Het feit dat de schuld reeds bekend was bij de bewindvoerder doet hieraan niet af, omdat de schuldenaar zijn eerdere verklaring had ingetrokken en daarmee een nieuw feit had gecreëerd dat relevant werd na beëindiging van de regeling.
De Hoge Raad wees tevens het verweer af dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden, omdat de schuldenaar voldoende gelegenheid had gekregen om zijn stellingen te onderbouwen. De conclusie van de Advocaat-Generaal luidde tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de intrekking van de schone lei wegens benadeling van schuldeisers.