ECLI:NL:PHR:2009:BI4082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen en deelname aan cocaïnehandelorganisatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van het voorbereiden van het binnenbrengen van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie.
Het hof baseerde zijn oordeel mede op verklaringen van een medeverdachte, die ondanks twijfel over diens betrouwbaarheid, door het hof als consistent en geloofwaardig werden beoordeeld. Verdachte voerde aan dat zijn verblijf in Venezuela louter zakelijke motieven had, maar het hof verwierp dit op basis van getuigenverklaringen en het feit dat verdachte actief betrokken was bij onderhandelingen over boortorens die gebruikt zouden worden om cocaïne te vervoeren.
De verdediging stelde dat de verklaringen van de medeverdachte ongeschikt waren als bewijs, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom deze verklaringen wel bruikbaar waren. Ook werd benadrukt dat de verdediging de medeverdachte ter terechtzitting heeft kunnen ondervragen, waarmee het recht op een eerlijk proces was gewaarborgd.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het vonnis van het hof. Er werden geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen en deelname aan een cocaïnehandelorganisatie.