ECLI:NL:PHR:2009:BI4205
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onderhoudsverplichting als tegenprestatie in huurovereenkomst niet vastgesteld
In deze zaak staat centraal of Impala Auto's B.V. een onderhoudsverplichting heeft aanvaard die kan worden aangemerkt als een tegenprestatie in de zin van art. 7:201 lid 1 BW Pro. Impala c.s. betoogden dat zij voor twee later in gebruik genomen percelen een dergelijke verplichting hadden, waardoor zij deze percelen als huurder in gebruik hadden.
Zowel de voorzieningenrechter als het hof wezen dit betoog af, omdat geen voldoende vastomlijnde onderhoudsverplichting kon worden vastgesteld die als tegenprestatie kon gelden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de omvang en inhoud van de onderhoudsafspraken doorslaggevend zijn voor de vraag of sprake is van een tegenprestatie.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het verschil tussen onderhoudsverplichtingen bij huur en bruikleen en wijst erop dat onvoldoende bepaalde verplichtingen niet tot een geldige verbintenis kunnen leiden. De aangevoerde documenten en verklaringen van Impala c.s. bieden volgens de Hoge Raad geen voldoende concrete basis om van een onderhoudsverplichting als tegenprestatie te spreken.
Daarmee is het cassatieberoep ongegrond en wordt het arrest van het hof bevestigd. De zaak betreft een kort geding waarin minder strenge motiveringseisen gelden, hetgeen ook door de Hoge Raad wordt onderstreept.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; er is geen onderhoudsverplichting als tegenprestatie vastgesteld.