ECLI:NL:PHR:2009:BI4426

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01568
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Strafvermindering wegens schending redelijke termijn in cassatieprocedure

Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor medeplegen van een drugsmisdrijf en deelname aan een criminele organisatie. Tegen dit vonnis is cassatie ingesteld door de advocaat van verdachte.

In cassatie is geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn, zowel in de appelfase als in de cassatieprocedure zelf. De Hoge Raad stelt vast dat het bezwaar over de redelijke termijn in hoger beroep niet voor het eerst in cassatie kan worden ingebracht, maar dat de overschrijding van de inzendtermijn in cassatie wel gegrond is.

De Hoge Raad constateert dat de inzendtermijn met meer dan zeven maanden is overschreden en dat de totale duur van de procedure sinds het instellen van cassatie ruim zestien maanden bedraagt, wat de redelijke termijn overschrijdt. Dit leidt tot een verlaging van de opgelegde straf, hoewel het vonnis zelf niet wordt vernietigd.

Uitkomst: De straf is verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure.

Conclusie

Nr. 08/01568
Mr. Machielse
Zitting 12 mei 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 3 juli 2007 voor 3. medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 (oud) van de Opiumwet, voorbereiden, door zich of een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen; en 4. deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar.
2. Mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld. Mr. A.N. Slijters, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt in de eerste plaats dat de redelijke termijn is geschonden in de appelfase sinds het instellen van het hoger beroep.
3.2. Nu de gelegenheid heeft bestaan bij het hof over het tijdsverloop te klagen kan zo een bezwaar niet voor het eerst in cassatie worden opgeworpen.(2)
4.1. In de tweede plaats klaagt het middel dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden. Op 13 juli 2007 is cassatie ingesteld, maar het dossier is eerst op 30 oktober 2008 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.
4.2. De door de Hoge Raad op acht maanden gestelde inzendtermijn is aldus met zeven maanden en 17 dagen overschreden, hetgeen tot een verlaging van de opgelegde straf behoort te leiden. Ik wijs er voorts op dat verdachte gedetineerd is en dat sinds de dag dat het cassatieberoep werd ingesteld al ruim meer dan 16 maanden zijn verstreken, zodat ook daarom de redelijke termijn in cassatie is geschonden.
5. Het middel is gedeeltelijk gegrond. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verlaging van de opgelegde straf.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met 07/10206 ([medeverdachte 7]), 07/10134 ([medeverdachte 1]), 08/00379 ([medeverdachte 3]), 07/10403 ([medeverdachte 2]) en 08/04492 ([medeverdachte 5]), in welke zaken ik ook vandaag concludeer.
2 HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358 m.nt. Mevis, tov. 3.9.