ECLI:NL:PHR:2009:BI4701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over maatstaf voortduren beslag en belang strafvordering bij inbeslagname
In deze zaak gaat het om een klaagschrift tegen het voortduren van beslag op diverse roerende zaken, waaronder voertuigen en onderdelen, die op 21 januari 2008 in beslag zijn genomen. De rechtbank had een deel van de goederen teruggegeven, maar het beslag op andere goederen, waaronder een versnellingsbak, gehandhaafd omdat verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer werd verwacht.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank een te beperkte maatstaf heeft gehanteerd door alleen te toetsen of het hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter het inbeslaggenomen goed zou verbeurdverklaren of onttrekken aan het verkeer. Volgens de Hoge Raad moet ook het belang van de waarheidsvinding worden betrokken bij de beoordeling of het beslag moet voortduren.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de motivering van de rechtbank ontoereikend is, omdat het proces-verbaal van politie aangeeft dat onderzoek naar de herkomst van de goederen nog niet was afgerond en dat nader onderzoek plaatsvindt. Dit maakt het oordeel dat het voortduren van het beslag niet van belang is voor de waarheidsvinding onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling op het bestaande klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling.