ECLI:NL:PHR:2009:BI5675
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over onverzekerd rijden tijdens detentie en bewijsvoering
De verdachte werd veroordeeld voor het niet hebben afgesloten en in stand houden van een verzekering voor een motorrijtuig op 31 maart 2004 te Nederland, terwijl hij op dat moment in detentie zat. Hij voerde aan dat hij het kenteken niet kon schorsen vanwege zijn detentie en stelde zich op het standpunt van overmacht.
Het hof stelde vast dat de verzekeringsplicht geldt voor heel Nederland en dat de plaatsaanduiding 'te Grave' in de bewezenverklaring een kennelijke misslag was; het feit was in Nederland begaan. Het hof oordeelde dat het beroep op overmacht niet uitdrukkelijk was voorgedragen en daarom niet hoefde te worden gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring mocht verbeteren en dat het niet nodig was om het beroep op overmacht te behandelen omdat dit niet uitdrukkelijk was aangevoerd. Ook werd geoordeeld dat de verdachte en zijn raadsman voldoende gelegenheid hadden gehad om te reageren op de vordering van de advocaat-generaal. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor onverzekerd rijden op 31 maart 2004.