ECLI:NL:PHR:2009:BI5910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ingebrekestelling bij niet-tijdige levering auto zonder fatale termijn
Op 11 december 2000 sloot de rechtsvoorgangster van verweerster in cassatie een koopovereenkomst met eiser tot cassatie voor een Mercedes Benz ML 270Cdi, met een levertijd bij benadering begin mei 2001. De auto werd niet geleverd en na mededeling van eiser op 21 augustus 2001 dat hij de auto niet wilde afnemen, verkocht [A] de auto aan een derde.
De rechtbank wees de vordering van [A] tot betaling van annuleringskosten toe en wees de reconventionele vordering van eiser tot ontbinding van de overeenkomst af. Het hof bekrachtigde dit vonnis. Eiser stelde cassatieberoep in met twee middelen.
Het eerste middel klaagde dat het hof ten onrechte oordeelde dat geen ingebrekestelling had plaatsgevonden, ondanks een mededeling van eiser tijdens de comparitie. Het hof had deze mededeling wel overwogen maar geoordeeld dat deze niet volstond als ingebrekestelling. Het tweede middel richtte zich tegen de afwijzing van de reconventionele vordering en het beroep op matiging, maar dit werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en feitelijke noviteiten die niet in cassatie konden worden meegenomen.
De Procureur-Generaal adviseerde verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgde dit advies, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen ingebrekestelling betekent geen verzuim en de vordering tot betaling van annuleringskosten wordt bevestigd.