ECLI:NL:PHR:2009:BI7141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geldigheid aanwijzingsbesluit bij tegenstrijdig belang bestuurder in vennootschap
In deze zaak stond centraal de vraag of een bestuurder van een vennootschap, die handelde terwijl sprake was van een tegenstrijdig belang, bevoegd was de vennootschap te vertegenwoordigen zonder een formeel aanwijzingsbesluit van de aandeelhoudersvergadering. De curator betwistte de geldigheid van de door de bestuurder gesloten financieringsovereenkomst en de vestiging van hypotheekrechten namens de vennootschap.
De feiten betroffen een managementovereenkomst waarin de bestuurder onbeperkte bevoegdheid kreeg, en een statutenwijziging die de vertegenwoordiging van de vennootschap ook bij tegenstrijdig belang mogelijk maakte. De aandeelhouder had uitdrukkelijk ingestemd met de financieringsovereenkomst door ondertekening van een raamovereenkomst, hoewel geen formeel aanwijzingsbesluit was genomen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat deze instemming gelijkgesteld kon worden aan een aanwijzingsbesluit, waardoor de bestuurder bevoegd was. De Hoge Raad bevestigde dat in bijzondere omstandigheden het enkele ontbreken van een formeel aanwijzingsbesluit niet tot onbevoegdheid leidt als uit de omstandigheden blijkt dat de aandeelhouder bewust en ondubbelzinnig heeft ingestemd met de vertegenwoordiging.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde dat de vennootschap gebonden is aan de rechtshandelingen van de bestuurder. Hiermee werd de vordering van de curator afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vennootschap is gebonden aan de rechtshandelingen van de bestuurder ondanks het ontbreken van een formeel aanwijzingsbesluit.