ECLI:NL:PHR:2009:BI7960
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en risicoverdeling bij schade aan betonvloer door gebrekkige pvc-buis
In deze zaak draait het om de vraag wie aansprakelijk is voor schade aan een betonvloer die is ontstaan door een gebrekkige pvc-buis die onder de vloer was aangelegd. [A] C.V. sloot afzonderlijke aannemingsovereenkomsten met verschillende aannemers, waaronder [B] voor de betonvloer en Kassenbouw voor het buizenstelsel. Na hevige regenval ontstond waterdruk in een gebarsten buis, waardoor de betonvloer omhoog kwam en brak.
[B] claimde de schade onder haar CAR-verzekering bij Delta Lloyd, die de schade vergoedde en vervolgens Kassenbouw aansprakelijk stelde wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof stelde dat het herstel van de vloer voor rekening van [A] kwam en wees de vordering af, stellende dat [B] geen verwijt treft.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de rechtsgronden heeft aangevuld door te bepalen dat het herstel niet voor rekening van [B] komt zonder dat dit verweer in de procedure aan de orde was. Het hof miskende dat op grond van art. 7A:1641 (oud) BW het risico van tenietgaan van het werk tot oplevering bij [B] lag, tenzij [A] nalatig was. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak voor hernieuwde beoordeling van aansprakelijkheid en schade.