ECLI:NL:PHR:2009:BI9282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis kantonrechter wegens ontbreken proces-verbaal terechtzitting
De kantonrechter te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 2.1 lid 1 van de APV Amsterdam tot een voorwaardelijke geldboete. Namens verdachte is tijdig cassatie ingesteld tegen dit vonnis. De Hoge Raad constateert dat bij schriftelijk vonnis de griffier op grond van artikel 398 Sv Pro in verbinding met artikel 326 Sv Pro een proces-verbaal van de terechtzitting moet opmaken.
In deze zaak ontbreekt het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 oktober 2007, wat betekent dat in cassatie niet kan worden nagegaan of de voorgeschreven procesvormen zijn nageleefd en welke verweren ter terechtzitting zijn gevoerd. Dit verzuim leidt tot nietigheid van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad overweegt tevens dat het middel dat klaagt over de verwerping van een verweer in het vonnis, maar niet over het ontbreken van het proces-verbaal, niet tot cassatie kan leiden. Verder wordt toegelicht dat het bevel ex artikel 543 Sv Pro niet bedoeld is als strafrechtelijke sanctionering, maar ter voorkoming van herhaling van het feit.
De Hoge Raad concludeert daarom tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam (sector Kanton) voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd wegens het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.