ECLI:NL:PHR:2009:BI9326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens te beperkte uitleg van 'zich ontdoen van afvalstoffen' in milieuzaken
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van het zich ontdoen van afvalstoffen door deze buiten een inrichting te storten, in strijd met artikel 10.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Het hof sprak verdachte vrij omdat het oordeelde dat verdachte geen handelingen had verricht gericht op het zich ontdoen van afvalstoffen, maar slechts had toegestaan dat afvalstoffen op zijn land werden gestort.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde dat het hof een te beperkte betekenis gaf aan het begrip 'zich ontdoen van' en dat ook het toestaan van het storten van afvalstoffen op eigen land als een gedraging kan worden gezien die onder dit begrip valt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom verdachte niet als normadressaat kon gelden en dat het handelen van verdachte ruimer moest worden geïnterpreteerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling. De zaak benadrukt het belang van een ruime uitleg van het begrip 'zich ontdoen van afvalstoffen' in milieuzaken en bevestigt dat ook het toestaan van het storten op eigen grond onder dit begrip kan vallen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens een te beperkte uitleg van het begrip 'zich ontdoen van afvalstoffen' en verwijst de zaak terug.