ECLI:NL:PHR:2009:BI9372

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02364 A
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 300 Sr ArubaArt. 47 Sr Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatie wegens ontbreken middelen van cassatie in poging tot doodslag

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba heeft verdachte op 29 april 2008 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag. Verdachte stelde cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad beoordeelde de schriftuur van de raadsman en concludeerde dat deze geen middelen van cassatie bevatte zoals vereist volgens artikel 437 Sv Pro.

De schriftuur bevatte klachten die niet voldeden aan de eisen van nauwkeurigheid en duidelijkheid, herhalingen van eerdere verweren zonder nieuwe motiveringen, en klachten zonder eenduidige conclusies. De Hoge Raad benadrukte dat alleen stellige en duidelijke klachten over schending van rechtsregels of vormvoorschriften in aanmerking komen voor cassatieonderzoek.

Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het gewijzigde artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba toepaste, waarbij het ontbreken van vrijwillige terugtred geen bestanddeel meer is van poging. Er werden geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest te vernietigen. De conclusie van de Procureur-Generaal was derhalve dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens het ontbreken van geldige middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. S 08/02364 A
Mr Vegter
Zitting 16 juni 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba heeft verdachte op 29 april 2008 ter zake van "poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 300 jo Pro. 47 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren met onttrekking aan het verkeer zoals in het vonnis omschreven.
2. Verdachte heeft op 13 mei 2008 cassatie ingesteld. Mr P.A.P.J. van der Sloot, advocaat te Oranjestad (Aruba), heeft een schriftuur ingezonden.
3.1. De ingediende schriftuur geeft aanleiding tot het plaatsen van enkele kanttekeningen. Ik merk op dat voor onderzoek door de cassatierechter alleen in aanmerking komen middelen van cassatie als bedoeld in art. 437 Sv Pro. Dat betekent dat het moet gaan om 'een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen'.(1)
3.2. De onderhavige schriftuur houdt allereerst in "schending van het recht en/of verzuim van vormen waarvan het niet inachtnemen nietigheid meebrengt". Vervolgens geeft de raadsman in de schriftuur de inhoud van het bestreden vonnis weer, gevolgd door een toelichting bevattende opmerkingen genummerd 1 tot en met 13. De eerste opmerking bevat weliswaar een stellige en duidelijke klacht, maar niet nader wordt aangegeven welke bepaalde rechtsregel wordt geschonden en/of toepasselijk vormvoorschrift wordt verzuimd.(2) De derde, vierde, en zesde opmerking betreffen in feite een blote herhaling van stellingen en verweren waarop het hof gemotiveerd heeft beslist, zonder dat in die opmerkingen wordt aangegeven "waarom de door het gegeven beslissing onjuist is of in welk opzicht de motivering van die beslissing onvoldoende zou zijn".(3) De tweede opmerking betreffende het niet aanhechten van de bewijsmiddelen aan het vonnis, evenals de vijfde, tiende, elfde, twaalfde en dertiende opmerking kunnen mijns inziens niet worden beschouwd als middelen van cassatie aangezien de in die opmerkingen besloten liggende klachten niet voldoen aan de "eisen van nauwkeurigheid die in een geval als het onderhavige daaraan behoren te worden gesteld".(4) De zevende, achtste en negende opmerking zijn evenmin als middelen van cassatie te beschouwen, aangezien aan de schendingen waarop die opmerkingen betrekking hebben geen eenduidige conclusie wordt verbonden. De schriftuur kan derhalve niet worden beschouwd als een schriftuur, houdende middelen van cassatie, aangezien als zodanig slechts voor onderzoek in aanmerking komen klachten, gericht tegen de bestreden uitspraak of beschikking die op de door de wet voorgeschreven wijze zijn voorgedragen, aan welke eis het geschrift niet voldoet.
Ik ben dan ook van mening dat de schriftuur geen cassatiemiddel in de zin van de wet bevat.
4.1. Naar aanleiding van de als eerste in de schriftuur weergegeven opmerking merk ik voorts nog het volgende op. Daarin wordt de vraag opgeworpen of het hof terecht heeft geoordeeld dat het bewezen verklaarde feit een strafbaar feit inhoudt.
4.2. Bewezenverklaard is dat:
"hij op of omstreeks 7 januari 2007 in Aruba ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk [slachtoffer] met een mes, althans een scherp voorwerp, in zijn borst en/of buikholte, althans het lichaam, heeft gestoken, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid."
4.3. Het hof heeft dit gekwalificeerd als:
"Poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 300 jo Pro. 47 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba"
4.4. Artikel 47, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba luidde tot 31 augustus 2004:
"Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen des daders zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard en de uitvoering alleen ten gevolge van omstandigheden van zijnen wil onafhankelijk niet is voltooid."
4.5. Artikel 1 van Pro de Landsverordening van 12 augustus 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2004, no. GT 51) (Strafbaarstelling terrorisme en terrorismefinanciering en daarmee samenhangende strafbare feiten) houdt onder meer in dat artikel 47, eerste lid, van bedoeld Wetboek voortaan zal luiden:
"Poging tot misdrijf is strafbaar indien het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard."
4.6. Voorts houdt genoemd artikel in dat er een nieuw artikel in het Wetboek van Strafrecht van Aruba wordt ingevoegd, te weten artikel 48b, dat komt te luiden:
"Voorbereiding noch poging bestaat, indien het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader afhankelijk."
4.7. Deze wijziging is volgens artikel II van de Landsverordening ingegaan op 31 augustus 2004, derhalve vóórdat het primair tenlastegelegde feit plaatsvond. Het hof heeft daarom terecht het (nieuwe) artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba toegepast, tengevolge waarvan - anders dan de raadsman stelt - het ontbreken van - kort gezegd - "vrijwillige terugtred" geen bestanddeel meer is van de poging.
5. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoort te leiden.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 13 maart 2001, NJ 2001, 296; en HR 10 juli 2001, NJ 2001, 605. Zie ook A.J.A. Van Dorst, cassatie in strafzaken, 6de druk, p. 172-174 en de aldaar aangehaalde jurisprudentie.
2 HR 8 april 1986, NJ 1986, 708.
3 HR 2 maart 1999, NJ 1999, 739.
4 HR 4 juli 2000, NJ 2000, 581, r.ov. 7.