ECLI:NL:PHR:2009:BJ1009
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat en termijnoverschrijding
In deze familierechtelijke zaak ging het om de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De rechtbank verlengde de machtiging, maar wees het zelfstandig verzoek van de pleegouders om het kind bij hen terug te plaatsen af. De pleegouders stelden hoger beroep in, maar werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de geldigheidsduur van de machtiging was verstreken.
Vervolgens werd bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld met een verzoekschrift dat niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a lid 1 Rv. Na attendering werd een ondertekend verzoekschrift ingediend, maar dit was te laat ingediend en kon niet worden hersteld binnen de toegestane termijn.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en zag af van inhoudelijke behandeling. De zaak illustreert het belang van tijdige en correcte indiening van cassatieverzoeken conform de procesvereisten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad en het te laat indienen van het herstelverzoek.