ECLI:NL:PHR:2009:BJ1257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door beëindiging dienstverlening 06-aansluitingen zonder contractuele relatie
In deze zaak gaat het om de beëindiging van dienstverlening door PTT aan een derde partij die 06-nummers faciliteerde voor contractanten, zonder dat er een directe contractuele relatie tussen PTT en deze derde bestond. PTT beëindigde in 1989 de aansluitingen van deze contractanten vanwege verdenkingen van fraude, wat later onterecht bleek. De derde partij vorderde daarop schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde dat PTT onrechtmatig had gehandeld jegens de derde door de afsluiting van de 06-nummers, ook al bestond er geen contractuele relatie tussen hen. De Hoge Raad bevestigt dat een onrechtmatige daad kan bestaan zonder dat er wanprestatie jegens de contractanten is, mits de gedragingen jegens de derde onrechtmatig zijn. De Hoge Raad benadrukt dat de monopolistische positie van PTT en het ontbreken van een deugdelijke rechtvaardiging voor de afsluiting een rol spelen.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad klachten over het niet leveren van nieuwe lijnen en het ontbreken van ingebrekestelling, en bevestigt dat de schadestaatprocedure bedoeld is voor het vaststellen van schade en causaliteit nadat aansprakelijkheid is vastgesteld. De klachten van PTT en de derde partij werden afgewezen, en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: PTT handelt onrechtmatig door zonder contractuele relatie 06-aansluitingen te beëindigen; schadevergoeding wordt toegewezen.