ECLI:NL:PHR:2009:BJ2675
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek contra-expertise bij voorlopige machtiging psychiatrisch verblijf
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van een voorlopige machtiging voor voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Rotterdam verleende de machtiging voor zes maanden na mondelinge behandeling waarbij betrokkene, haar raadsvrouwe en de behandelend arts werden gehoord.
Namens betrokkene werd een verzoek om een contra-expertise (second opinion) ingediend, dat door de rechtbank zonder uitdrukkelijke motivering werd afgewezen. De Hoge Raad overweegt dat een dergelijk verzoek slechts gemotiveerd kan worden afgewezen, waarbij de motivering afhankelijk is van de omstandigheden en de punten waarop het onderzoek zich zou moeten richten.
De rechtbank baseerde haar beslissing op de geneeskundige verklaring en de mondelinge toelichting van de behandelend arts, waaruit bleek dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en psychotische stoornissen, maar zelf geen ziektebesef heeft en medewerking aan nader onderzoek weigert. De Hoge Raad acht dit voldoende reden om het verzoek om contra-expertise niet te honoreren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de beslissing van de rechtbank om het verzoek om een contra-expertise te passeren zonder nadere motivering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf blijft van kracht.