ECLI:NL:PHR:2009:BJ2719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis op basis van gevaren Wet Bopz
De rechtbank te Leeuwarden heeft op 20 maart 2009 een voorlopige machtiging verleend om betrokkene op te nemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene stelde binnen de beroepstermijn cassatieberoep in, zonder verweer te voeren.
Het cassatiemiddel betoogt dat de rechtbank onjuist of onvoldoende heeft gemotiveerd waarom op basis van de aangevoerde gegevens het gevaar van maatschappelijke teloorgang en ernstige zelfverwaarlozing werd aangenomen, en daarmee de langdurige vrijheidsbeneming werd gerechtvaardigd.
De Hoge Raad oordeelt dat het onderzoek en waardering van feiten niet in cassatie aan de orde zijn, en dat de motivering van de rechtbank, verwijzend naar een geneeskundige verklaring en toelichting van een psychologe over de toestand van betrokkene, niet onbegrijpelijk is. Het middel klaagt niet over motiveringsfouten of niet-inachtneming van bijzondere motiveringsregels.
Hoewel het criterium van maatschappelijke teloorgang kritisch moet worden benaderd, biedt het cassatiemiddel onvoldoende aanknopingspunten dat de rechtbank hierin is tekortgeschoten. De belangrijkste grondslag voor de machtiging is het gevaar van ernstige zelfverwaarlozing, zoals ook in de geneeskundige verklaring is aangegeven.
De Hoge Raad wijst erop dat de duur van de vrijheidsbeneming zo nodig nader kan worden getoetst in een procedure op grond van artikel 49 Wet Pro Bopz. De conclusie is dat het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot opname wordt bevestigd.