ECLI:NL:PHR:2009:BJ2789
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en voortduring beslag op beschermde vogels en certificaten
In deze zaak stond de rechtmatigheid van het beslag op diverse beschermde vogels en de bijbehorende EG-certificaten centraal. De rechtbank had reeds geoordeeld dat het beslag rechtmatig was, omdat er een redelijk vermoeden bestond van overtreding van artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht dan wel van de Flora- en faunawet. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave van het beslag verzet zolang het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de vogels zal verbeurdverklaren.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de toepasselijke Europese regelgeving, waaronder Verordening (EG) nr. 338/97 en de Uitvoeringsverordening nr. 865/2006, alsmede de nationale Flora- en faunawet. Uit het dossier blijkt dat er twijfels zijn over de authenticiteit en waarheidsgetrouwheid van de certificaten, wat het vermoeden wekt van het bezit van beschermde vogels zonder dekkend certificaat, een economisch delict.
De Hoge Raad wijst ook de suggesties van de klagers af om prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van het EG-recht en benadrukt dat cassatie niet de plaats is voor het indienen van nieuwe feiten of bewijs. Het belang van strafvordering blijft bestaan ondanks dat een van de klagers ook wordt vervolgd voor een ander delict. De conclusie is dat de middelen falen en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de beschermde vogels en certificaten blijft gehandhaafd.