ECLI:NL:PHR:2009:BJ3290
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over strafmotivering bij in aanmerking nemen niet-onherroepelijke veroordeling
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens diefstal. Het Hof motiveerde de zwaardere straf mede door te verwijzen naar een niet-onherroepelijke eerdere veroordeling van verdachte voor vermogensdelicten, waarbij hij was gewaarschuwd dat dergelijke feiten tot strafrechtelijke sancties leiden.
Verdediging stelde cassatie in met het middel dat het Hof ten onrechte deze niet-onherroepelijke veroordeling bij de strafoplegging had betrokken. De Hoge Raad overwoog dat het Hof niet vrij stond deze eerdere veroordeling mee te wegen, omdat deze niet onherroepelijk was, en dat daardoor de strafmotivering onvoldoende was.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel echter, omdat het Hof de eerdere veroordeling niet als strafverzwarende recidive heeft gebruikt, maar slechts als omstandigheid dat verdachte een gewaarschuwd man was. Dit was volgens de Hoge Raad toegestaan, ook als de eerdere veroordeling ten onrechte zou zijn geweest.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest. De zaak bevestigt de grenzen van strafmotivering en het gebruik van eerdere niet-onherroepelijke veroordelingen in strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de strafoplegging van twee weken gevangenisstraf.