ECLI:NL:PHR:2009:BJ3483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens illegaal verblijf ondanks lichte vermindering toerekeningsvatbaarheid
De Hoge Raad behandelde een zaak waarin verdachte was veroordeeld voor het als vreemdeling illegaal verblijven in Nederland terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hof had een rapport van een klinisch psycholoog overgenomen waarin sprake was van lichte vermindering van toerekeningsvatbaarheid, zonder nader neurologisch onderzoek te bevelen.
De verdediging had verzocht om aanhouding van de zaak voor nader onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid, maar het hof wees dit af omdat het rapport volgens het hof voldoende was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk had genomen en dat de middelen die hiertegen waren gericht faalden.
Daarnaast werd het feit dat verdachte zich niets meer van een eerdere veroordeling kon herinneren niet als beletsel gezien om die veroordeling bij de straftoemeting te betrekken. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof de mogelijkheid van art. 359 lid 3 Sv Pro had gebruikt om het hoger beroep te behandelen ondanks dat de advocaat vrijspraak had bepleit, wat een procedurele onregelmatigheid is.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.