ECLI:NL:PHR:2009:BJ3677
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt houderschap en verwerpt nietigheidsverweer in snelheidsovertredingszaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld voor een snelheidsovertreding begaan met een geleasde auto waarvan verdachte als houder werd aangemerkt. Verdachte stelde in hoger beroep dat hij niet de houder was en dat de dagvaarding nietig was vanwege een incorrecte betekening.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte als houder geldt, omdat hij de auto duurzaam in gebruik had en namens de lessee de auto in gebruik had genomen. Het hof heeft dit oordeel voldoende gemotiveerd aan de hand van onder meer een door verdachte ondertekende ingebruiknameverklaring.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte op het moment van de betekening niet in de Basisregistratie Personen was ingeschreven en zonder vaste woon- of verblijfplaats was. De dagvaarding is daarom terecht aan de griffier betekend. Het verweer dat de dagvaarding nietig zou zijn vanwege een bekend adres faalt.
Het hof heeft ook terecht geoordeeld dat verdachte geen beroep kon doen op de uitzondering in artikel 181 lid 3 onder Pro c WVW 1994, omdat hij niet tijdig de naam en het adres van de bestuurder heeft bekendgemaakt. De strafoplegging, waaronder een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, is voldoende gemotiveerd en passend bij de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor snelheidsovertreding en verwerpt het cassatieberoep.