ECLI:NL:PHR:2009:BJ3704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens poging tot doodslag en diefstal met geweld op taxichauffeur
Op 11 februari 2007 reed verdachte met hoge snelheid in op een taxichauffeur in Amsterdam, waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep, waaronder meerdere botbreuken en een hersenschudding. Verdachte stal vervolgens de taxi en persoonlijke eigendommen van het slachtoffer. Op 17 maart 2007 pleegde verdachte opnieuw diefstal van een taxi en bijbehorende eigendommen, waarbij hij via zijn telefoon een taxi bestelde op een adres waar niemand een taxi nodig had, waarna de taxi werd weggereden door een man die aan de verdachte werd toegeschreven.
De verdachte ontkende aanvankelijk betrokkenheid bij de feiten, maar erkende later het bellen van taxi's. Hij voerde aan dat een vriend de taxi's gebruikte, maar het hof oordeelde deze verklaring als ongeloofwaardig en concludeerde dat verdachte zelf de taxi's gebruikte om diefstal te plegen. De verdediging voerde aan dat een bende actief was en dat verdachte onschuldig was, maar het hof verwierp dit op basis van de bewijsmiddelen en verklaringen.
Het hof veroordeelde verdachte tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, en legde een schadevergoedingsmaatregel op. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van verdachte, oordeelde dat het bewijs toereikend was en dat de bewijsvoering en motivering van het hof niet onbegrijpelijk waren. De klachten over de bewijsmotivering en de geloofwaardigheid van verklaringen werden afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, voor poging tot doodslag en diefstal met geweld.