ECLI:NL:PHR:2009:BJ3719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt poging tot moord met voorbedachten rade ondanks beroep op noodweerexces
Op 23 december 2006 schoot de verdachte in Elsloo op ongeveer anderhalve meter afstand met een revolver gericht op de linkerschouder van het slachtoffer, dat met de rug naar hem toe stond. Het hof oordeelde dat verdachte met voorwaardelijk opzet en voorbedachten rade handelde, omdat hij zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer door het schot zou overlijden.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van opzet, mede omdat verdachte een geoefend schutter was en het slachtoffer niet bewoog. Het hof verwierp deze stellingen op basis van ervaringsregels, het feit dat verdachte jaren niet had geschoten en de omstandigheden waaronder werd geschoten. Ook het beroep op noodweer en noodweerexces werd afgewezen, omdat het middel van schieten buitenproportioneel was en verdachte kalm en welbewust handelde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatiemiddelen. Het hof had voldoende gemotiveerd waarom het beroep op opzet en voorbedachten rade werd aangenomen en waarom het beroep op noodweer en noodweerexces niet slaagde. De Hoge Raad benadrukte dat het feit dat het slachtoffer niet overleed niet afdoet aan het opzet. De strafmaat van zes jaar gevangenisstraf werd niet bestreden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot moord met voorbedachten rade en wijst het beroep op noodweer en noodweerexces af.