ECLI:NL:PHR:2009:BJ6785
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens mensenhandel met dwang en misbruik kwetsbare positie
Het gerechtshof te Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens mensenhandel in de periode maart tot mei 2005, waarbij hij slachtoffer dwong tot prostitutie door middel van dwang, geweld, bedreiging en misbruik van haar kwetsbare positie. Het hof stelde vast dat verdachte filmopnames maakte van seksuele handelingen, deze dreigde te tonen aan ouders van het slachtoffer, en geweld gebruikte om controle te houden.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren en dat er geen bewijs was voor dwang, maar het hof verwierp deze verweren na zorgvuldige beoordeling van de bewijsmiddelen en concludeerde dat verdachte het slachtoffer belemmerde in haar vrijheid om met prostitutie te stoppen.
De benadeelde partij had zich volgens het hof niet als zodanig in eerste aanleg gevoegd, waardoor het hof geen beslissing nam op haar vordering. De Hoge Raad stelde echter vast dat dit onjuist was, omdat uit het dossier bleek dat zij zich wel had gevoegd en de rechtbank ten onrechte niet op haar vordering had beslist.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het de vordering van de benadeelde partij betreft en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling van die vordering. Het cassatieberoep van verdachte werd verder verworpen. Tevens werd een taalkundige onjuistheid in de bewezenverklaring vastgesteld, waardoor bepaalde bestanddelen als niet bewezen worden beschouwd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor vordering benadeelde partij wegens procedurefout en verwijst terug voor hernieuwde behandeling; cassatieberoep verdachte verder verworpen.