ECLI:NL:PHR:2009:BJ6942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor hennepplantage en diefstal elektriciteit met voorwaardelijk opzet
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens het in werking hebben van een hennepplantage en diefstal van elektriciteit in een woning die hij had gehuurd. De verdediging voerde aan dat verdachte onder druk het huurcontract had getekend en zich niet bewust was van de hennepkwekerij, waardoor opzet ontbrak.
Het hof oordeelde dat de huurder in beginsel verantwoordelijk is voor wat zich in zijn woning afspeelt en dat verdachte bij politieverklaring had toegegeven een idee te hebben gehad van de hennepkwekerij. Hierdoor stelde hij zich willens en wetens bloot aan de aanmerkelijke kans dat er een hennepkwekerij zou worden opgezet. Het hof achtte niet aannemelijk dat verdachte onder zodanige druk stond dat hij het huurcontract niet anders kon ondertekenen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatiemiddelen. Het hof had het voorwaardelijk opzet toereikend gemotiveerd en ook de bewezenverklaring van diefstal elektriciteit was gegrond op voldoende bewijs, waaronder een aangifteformulier van de netbeheerder. De middelen faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf wegens het in werking hebben van een hennepplantage en diefstal van elektriciteit met bewezen voorwaardelijk opzet.